De dood van Wim Sonneveld

(maart 2004) (Terug naar Wim Sonneveld)


online website counter
online website counter

Op zondag 17 februari 1974 arriveerde Sonneveld voor enkele dagen in Nederland om te overleggen over een eventuele tour du chant die hij zou doen. Tijdens een autorit van Amsterdam naar Den Haag had Wim twee lifters opgepikt. Onderweg kreeg hij last van benauwdheid. Eén van de lifters nam op zijn verzoek het stuur over en reed hem naar het VU-ziekenhuis aan de buitenkant van Amsterdam. Het was een hartaanval. Toen hij een dag later bijkwam, zei hij: Ik maak nooit meer een show. (NB De identiteit van de lifters is overigens nooit vastgesteld, ook niet nadat de nabestaanden een advertentie hadden geplaatst om hen te achterhalen.)

Friso Wiegersma zat nog in Frankrijk en werd door het vriendje van Huub Janssen gebeld. Hij vloog meteen naar Amsterdam toe. Wim bleek aan de beterende hand te zijn, maar verbleef nog twee weken in het ziekenhuis. Hij kreeg veel brieven, bloemen en bezoek. De belangstelling was dermate groot, dat Wim er verlegen van werd, ook al was het een warm bad na alle harde kritiek rond de film Op de Hollandse toer. Om wat terug te doen liet hij enkele verpleegsters in zijn huis in Vence logeren en voorzag hij hen van informatie rond tochtjes en restaurantjes aldaar. Ook belde hij Henk van der Meijden van de Telegraaf voor een klein interview zodat hij alle bezorgde mensen kon laten weten dat het beter met hem ging.
Dit interview stond vrijdag 8 maart 1974 in de krant, het was de dag na de verjaardag van Huub Janssen hetgeen stilletjes in het ziekenhuis gevierd was. De volgende morgen werd Friso gebeld door het ziekenhuis, hij moest meteen komen. Hij realiseerde zich meteen dat hij Wim niet meer levend zou zien en daarin kreeg hij helaas gelijk.

Wim was door een tweede hartaanval getroffen en stierf. Zelfs de verplegers hadden het niet zien aankomen, zijn hart was in veel slechter conditie dan ze hadden gedacht.
Friso: Zijn hart moet altijd al heel slecht geweest zijn, maar dat is destijds nooit geconstateerd. Hij had wel klachten, vermoeidheid, pijn in de borst. Maar de dokters zeiden dat dat door spieraanhechtingen kwam. Ach, wat wist men toen van open-hartoperaties of van by-passes.

In de loop van de ochtend raakte het bericht in steeds breder kring bekend. Er ging een schok door Nederland. Hoewel de film van Sonneveld geflopt was, lagen de theatershows nog in ieders geheugen.
De VARA en de TROS, die die avond de beide tv-kanalen vulden, besloten alletwee gelijktijdig een herdenkingswoord van Simon Carmiggelt uit te zenden.

"Als ik nu ernstig over hem spreek," zei de geschokte schrijver, "dan denk ik aldoor: wat zou nou de parodist Wim Sonneveld, als hij mij zag en hoorde, van mij denken en hoe zou hij om me moeten lachen?"

De laatste regels van zijn tekst werden gevleugelde woorden.

"Als hij kwam, dan dacht je: ha, daar is-ie. En als het doek zakte, dan dacht je: wat jammer dat het al afgelopen is. Dat laatste formuleert eigenlijk de gevoelens die zowel die toeschouwers als zijn vrienden vandaag hebben: wat jammer dat het al afgelopen is.'

Het in memoriam werd zelfs, via een draagbaar tv-toestelletje, bekeken in een kleedkamer achter het toneel van het Nieuwe de la Mar-theater in Amsterdam.. Op het toneel vertelde Piet Meerburg - tot verbazing van velen in de zaal - dat Sonneveld directeur van dit theater was geweest. En hij zei: "De acteurs hebben besloten dat de voorstelling vanavond doorgaat, ze menen in zijn geest te handelen door het publiek niet teleur te stellen."

Even verderop, in theater Klein Bellevue, werd bij het loket meegedeeld dat Gerard Cox en Frans Halsema vanavond hun programma 'Wat je zegt dat ben je zelf' niet zouden spelen. Cox had de knoop doorgehakt, hij achtte zichzelf niet in staat een vrolijke voorstelling op het toneel te zetten. Ook hier nam het publiek met verbazing kennis van het feit dat Sonneveld in zakelijk opzicht bij Klein Bellevue betrokken was geweest.

In de stadsschouwburg, aan de overkant, verscheen de acteur Jan Retèl voor het voordoek om een paar woorden te spreken: 'Zijn plaats is onvervangbaar. Duizenden en duizenden zullen hem betreuren. Voor ons zal hij de inspirerende figuur blijven die hij altijd is geweest.' Vervolgens ging de burleske voorstelling De Hollandse Ronselaar in premiere.

Albert Mol: Het was half elf in de ochtend toen Ben Dull, verslaggever van het Parool, mij opbelde en vroeg of ik het het al gehoord had. Ik had het nog niet gehoord. De schok kwam hard aan. Je bent bezig met hetzelfde vak, je kent iemand al veertig jaar van zo nabij en die is dan ineens weg. Bij hem hield je dat gewoon voor onmogelijk. Dat kon niet. Hij hoorde erbij, bij het vak en bij mijn leven. Ik had een gevoel van leegte en later kwam het verdriet en de pijn. Ik wist dat ik niet zou kunnen spelen die avond.

**

**

De begrafenis was op maandag 11 maart. Er deden zich wanordelijke taferelen voor die haaks stonden op wat was voorzien. Op de dag dat Sonneveld stierf, kondigde zijn vriend Friso aan dat er "geen enkele ophef" zou worden gemaakt. "Er kunnen alleen wat oude vrienden bij. Precies als Wim was: geen flauwekul."

Friso had buiten de behoefte van de massa gerekend die erbij wilde zijn. Menigeen kwam 'apies' kijken, maar al met al werd de begrafenis een diep indrukwekkende gebeurtenis, die op de RK begraafplaats in Amsterdam Buitenveldert duizenden belangstellenden trok.

* *

Boven: Friso Wiegersma, Conny Stuart, Hubert Janssen

daaronder Willem Duijs, Ina van Faassen en Ton van Duinhoven

Paul van Vliet, Johnny Jordaan en Willy Walden.

**

Mol: Het was een overweldigende ervaring die mijn keel dichtkneep. Ik ben niet naar de rouwkamer gegaan. Ik dacht: dat breng ik gewoon niet op. Dat is natuurlijk ook laf maar ik kon het niet."

In de kerk was het enorm druk met 'publiek', want de vrienden en familie van Wim waren in de rouwkapel. Toen de stoet eraan kwam, meldde de koster dat het publiek plaats moest maken voor de vrienden en familie maar niemand ging weg. Ton van Duivenhoven herhaalde het verzoek. Typerend was de reactie van een mevrouw die zei: We zijn allemaal vrienden van Sonneveld.

Amsterdam toen, Het Parool, december 2008

 

 Zie ook Na de dood van Wim Sonneveld

Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma