Speel de muziek af!

DE KLEINE PARADE (2)

 musical van Friso Wiegersma en Wim Sonneveld


De musical was gebaseerd op het boek van Henriette van Eyk, die mede de dialogen schreef.
Teksten: Friso Wiegersma (onder het pseudoniem Hugo Verhage)
Muziek: Friso Wiegersma, Wim Sonneveld (arrangementen: Ruud Bos )
Decors, kostuums en affiche: Friso Wiegersma.

 

In 1969 manifesteerde Wim zich als producer-regisseur van zijn musical 'De kleine Parade' naar het boek van Henriette van Eyk.
Al tijdens het werken met Ina 's avonds, werd overdag het plan geboren voor een nieuwe onderneming, waarin Philips via de nv Ensemble Wim Sonneveld in zou participeren: een nieuwe Nederlandse musical. My fair lady was een succes geweest, evenals Heerlijk duurt het langst, maar andere vertaalde musicals waren geflopt. Eind 1968 had Paul Kijzer, medefirmand NdlM, zelfs ijlings het land verlaten toen De man van Le Mancha een verliespost dreigde te worden.
De keus viel op De Kleine Parade, een bestseller uit 1932, waarin het betere milieu zich op neerbuigende wijze onderhield met het lage personeel. Sonneveld en Wiegersma ontwierpen een indeling in 23 scènes.

De muziek kwam op naam van Sonneveld en werden uitgewerkt door Ruud Bos die inmiddels de plaats van Harry Bannink had ingenomen. Want nu deze laatste kon leven van de royalties van bijv. Heerlijk had hij ontslag genomen bij Sonneveld.
Bos: "Hij had strak omlijnde ideeën over de melodietjes. Op de band had hij ze gezongen, geneuriet of gefloten, met een kop en een staart en een genre-aanduiding. Ik werkte dat uit en sta bij de Buma dus als arrangeur te boek. Ik heb er geen enkele moeite mee Wim als de componist van die liedjes te beschouwen, de ideeën waren van hem."

De schrijfster zelf, inmiddels 72 jaar, maakte de dialogen.

Sonneveld was naast componist ook nog producent en regisseur van de voorstelling die 875.000,- zou kosten. Hij stelde daarbij een bijzondere garantie voor de schouwburgdirecteuren: als De Kleine Parade geen succes werd, zou Sonneveld zelf in de voorstelling gaan spelen en reken maar dat het publiek dan zou komen kijken.
Volgens een andere versie zou Sonneveld dan met een one-man-show komen.
Mede namens de impresario's Willy Hofman, Piet Meerburg, John de Crane en René Sleeswijk wenddy hij zich tot minister Klompé van CRM om een produktiefonds voor amusementstheater te bepleiten.
Wim: Vooral dit jaar is het allemaal erg duur geworden, ook door die BTW, heet het geloof ik, het is onmogelijk om nog met grote produkties te komen.
Het pleidooi bleef onbeantwoord.

De rolbezetting was in een vroeg stadium al rond zodat de teksten zoveel mogelijk op ieders lijf geschreven kon worden, net als in de cabarettijd. Leen Jongewaard en Margriet de Groot werden de sterren van de voorstelling. Margriet moest de freule spelen, zij kende Wim uit My Fair Lady, net als Georgette Rejewsky, die haar moeder speelde.

Joost Prinsen en Leen Jongewaard

Jongewaard speelde een dubbelrol als de oude Hein, zilverman, en de jongere zakenman Tom Ankerblom. Later zou hij vertellen dat hij niet erg gelukkig was met deze partij. In de populaire tvserie Ja zuster Nee zuster had hij ook al zo'n dubbelrol gespeeld. Maar uit eerbied voor de grote Sonneveld durfde hij geen 'nee' te zeggen.
Jongewaard: "Het was de grote Sonneveld die me belde, de man die ik mijn leven lang had bewonderd. Maar ik weet nog goed dat ik de telefoon neerlegde en begon te huilen omdat ik geen nee had durven zeggen. Ik had het nooit moeten doen, het was gewoon een herhaling van de opa-rol, en de voorstelling was niet goed. Er stonden mensen in van onvoldoende niveau."
De voorstelling leverde hem wel een grote hit en meezinger op met het nummer: Lieve heer, doe mij een lol.
Naast deze bekende namen waren ook nog onder anderen: Elly Weller, Cor van den Brink, Marjan Berk, John Koch, Karin Larsen en Joost Prinsen van de partij. Kleine rollen waren er voor Corrie van Gorp en Barrie Stevens.

Overdag repeteerde Wim met de acteurs.
Margriet: Zijn grote kwaliteit is dat hij de mensen zo op hun gemak stelt. Hij laat je zoveel zelf doen, corrigeert en schaaft bij, maar je hebt het gevoel niet opgejaagd te worden.
Ruud Bos: Hij was niet de regisseur die van tevoren al een hele conceptie in z'n hoofd had. Hij liet veel uit de acteurs zelf komen. Door z'n routine en z'n handigheid was hij vaak in staat ter plekke iets heel adequaats te verzinnen als ze er niet meer uitkwamen. En verder leunde hij in hevige mate op Lionel Blair, de Engelse choreograaf die was ingehuurd."
Zijn zin voor perfectie uitte zich onder meer in de eis dat alle heren hun kapsels zouden aanpassen aan de stijl van de jaren dertig- een in Nederland ongebruikelijk verlangen in de tijd dat lang haar modieus was. Zelf Henriette van Eyk had enige sympathie voor de jongens met 'echt leuk lang haar' die tegen hun zin naar de kapper werden gestuurd. "Maar tja, Wim beslist, hij is de vakman, die ik steeds meer ga bewonderen. Ik vind die man onbeschrijflijk knap."
Voor de generale repetitie die in Hoogeveen plaats vond, ging Sonneveld zelf de straat op om publiek uit te nodigen de verrichtingen van de acteurs gade te slaan. De gasten waren zo enthousiast dat ze in de pauze met de pet rondgingen om de spelers na afloop wijn en bloemen aan te kunnen bieden. (Hilde Scholten, Musicals in Nederland)

De musical was gesitueerd in 1933 en nam het standsverschil tussen de hogere en de lagere klasse nogal op de hak. We volgen het wel en wee van de dienstbodes en de adellijke familie en de verhouding die de gegoede Therese, als weddenschap is aangegaan met de eenvoudige zakenman Ankerblom. Tegen het einde van de voorstelling staan heel wat waarden op de helling.

In het programmaboekje stond:

"Hoe was het nou in 1933?" vroeg ik mijn tante Carla.
"Nou gewoon, de rokken waren weer lang," antwoordde ze, want mijn tante Carla herinnert zich de hoogtepunten van haar leven hoofdzakelijk door middel van de restaurants waar ze gegeten en de kleren die ze gedragen heeft.
"Ik herinner me nog goed," ging ze verder, "Ik had een jurk..."
De modetechnische beschrijving, die toen volgde, zal ik u besparen, maar die lange rokken van 1933 ziet u vanavond op het toneel, want in die tijd speelt 'De Kleine Parade'.
"Ja, alles goed en wel" zult u misschien zeggen, "maar er was nog wel wat anders ook, er was krisis en werkeloosheid bijvoorbeeld." Ja, en dat is het nou net, in die werkeloosheid was mijn tante Carla geheel niet geïnteresseerd, hoewel ze zelf op een zeer speciale manier toch ook werkeloos was. Maar zij wilde het zijn en kón dat ook, want haar man behoorde tot de klasse van de zéér veel beter gesitueerden, en mijn tante vond de werkeloosheid van de 'lagere luitjes' gewoon aanstellerij.
"Werkschuwheid" vond zij dat. Want zo dacht mijn tante Carla en zo dachten velen uit haar cercle mét haar. In die jaren vierde het standsverschil immers nog hoogtij. Maar natuurlijk was lang niet iedereen het eens met die gang van zaken en naast degenen, die met politieke wapenen het kwaad te lijf gingen, was daar ineens de toen nog piepjonge Henriëtte van Eyk, die in haar 'Kleine Parade' op humoristische, maar zeker niet zachtzinnige wijze de bespottelijkheid van dat standsverschil aan de kaak stelde.
Het boekje werd op slag een bestseller. Toen we het in mei 1968 het lazen met het idee er een musical van te maken, werden we wéér enthousiast. We draaiden de muziek uit die tijd en werden steeds enthousiaster. We belden Henriëtte van Eyk op en ons enthousiasme sloeg op haar over, ze wierp zich met geestdrift op de dialogen en ineens was alles in volle gang.
Hugo Verhage schreef de liedjes, ik schreef de muziek, Friso Wiegersma wist precies hoe lang de rokken toen waren en tevens hoe wijd de broekspijpen, Lionel Blair bleek een encyclopedische kennis te hebben van iedere pas en iedere stand uit die tidj, Ruud Bos verdiepte zich in de arrangementen, en vanavond ziet u het resultaat van al dat enthousiasme. We hopen dat het op u overslaat, en áls u persé een boodschap mee naar huis wilt nemen: "Sekreten van mensen hebben altijd bestaan en bestaan nu nog".
Veel genoegen, Wim Sonneveld

In ditzelfde programmaboekje werd Friso Wiegersma dus tweemaal opgevoerd.
Als Friso Wiegersma - heeft de dekors en de kostuums voor 'De Kleine Parade' ontworpen. Nadat hij voor ongeveer vijftig toneelstukken, opera's, balletten en alle films van Fons Rademakers dékors en kostuums had ontworpen, besloot hij zich nog slechts te wijden aan de schilderkunst. Af en toe werkt hij nog voor Wim Sonneveld.
En als Hugo Verhage - heeft het verhaal voor 'De Kleine Parade' als musical bedacht en de liedjes geschreven. Hij schreef voor Wim Sonneveld liedjes o.a. Nikkelen Nelis, Gerrit, Ons Dorop, Josefien. Verder weten wij bijna niets van hem. Hij haat publiciteit en wil ook niet gefotografeerd worden. Vandaar deze opname met een verdekt opgestelde camera.

Sommige critici vonden dat dit gegeven een te voorspelbare musical opleverde. Over het algemeen werd De Kleine Parade redelijk ontvangen met uitschieters in het positieve en het negatieve.
Jan Spierdijk van de Telegraaf vond er niet veel aan. Han G. Hoekstra van het Parool meende dat er toch nog iets aardigs van het flinterdunne gegeven was gemaakt.
De verwachtingen bij het tweede musicalavontuur van Sonneveld waren hooggespannen en deze werden niet helemaal ingelost maar desalniettemin is De Kleine Parade redelijk succesvol te noemen en werd er vanaf de première op 16 oktober 1969 doorgespeeld tot eind december 1970.

Joost Prinsen beklaagde zich nog bij Sonneveld over dat er tijdens een voorstelling van tijd tot tijd stukken kalk uit het plafond kwamen.
"Gouda zeker," zei Sonneveld. Dat klopte. "Wie in Gouda gezond en wel het einde van de voorstelling haalt, mag niet mopperen." Meestal was er een schrijnend contrast tussen de mooie publiekskant en de schamele acteurskant. In Gouda kon je vanuit de kleedkamers het toneel enkel bereiken via een tochtig pakhuis.

Achteraf zijn van de musical een paar melodieuze liedjes overgebleven. Wiegersma moet vaststellen dat de voorstelling kneuteriger is uitgevallen dan de bedoeling was.
Friso: Een paar dingen hadden veel valser, veel minder gemoedelijk gemoeten.

Eind jaren zestig wilde Sonneveld de hoofdrol spelen in de Amerikaanse musical LITTLE ME. Om de show in Nederland van de grond te krijgen, had hij subsidie nodig. De toenmalige minister van CRM, mevrouw Klompé, weigerde iedere financiele steun. Sonneveld zag toen maar van zijn plan af.

 

 Terug naar De kleine Parade (1)

 

 Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma