Wim Sonneveld en de paragnost

 


online website counter
bezoeker teller

 Op het internet vind je soms de vreemdste verhalen. Onderstaand verhaal is afkomstig van www.weiland.nl.

De paragnost, het silhouet en de nagalm

Vorig jaar zomer vond ik in het Engelse Windermere een merkwaardig boekje in ´Pickard´s Old Book Shop´. Voor de groene winkelpui stond een kraampje met tweedehands boeken, in prijs variërend van één en tot vijf pond. Naast een kromgetrokken biografie van Evelyn Waugh lag een klein pocketje met de in het oog springende titel´Extra-sensory perception; the shadow and the resonance´. In het midden van de door schimmel aangevreten blauwe kaft prijkte het portret van de schrijver annex paragnost, Ian Ryder. Van huis uit spreken boeken en televisieprogramma´s over paragnosten altijd zeer tot mijn verbeelding. Vandaar ook dat ik dit kleffe en muffe boekje ter hand nam en doorbladerde. Ergens halverwege viel mijn oog op een bekend portret. Verrast dat een mij bekend - en door mijn familie zeer gewaardeerd - man vanuit deze vreemde wereld tot mij kwam, bleef ik als bevroren naar de kleine foto en het onderschrift staren: Wim Sonneveld, Dutch Comedian. Gedurende enkele ogenblikken werd ik gevangen en leek het alsof niet ik naar de foto keek, maar dat Sonneveld mij vanuit een duistere dimensie gadesloeg. Daarna bekeek ik de achterzijde van het titelblad en zag dat het boekje in 1975 was uitgegeven door Thames House. Ik ging naar binnen en rekende af. Ik betaalde twee pond.

Terug in ons vakantiehuis wist ik mijn nieuwsgierigheid te bedwingen totdat mijn kinderen op bed lagen. Tegen de avondschemering installeerde ik mijzelf op onze patio en sloeg mijn pas verworven boekje open bij het hoofdstuk waarin de paragnost over Wim Sonneveld schreef.

'(...) Mijn eerste ontmoeting met Wim Sonneveld vond plaats in de zomer van 1970, ik bezat een vakantiehuis in Roquefort les Pins alwaar Wim Sonneveld mijn buurman was. Het eerste wat mij aan deze vrolijke verschijning opviel was het feit dat hij - voor mijn gevoel - helemaal geen vakantie vierde maar juist intens bezig was met 'nieuw materiaal'. (...) Op een goede avond, ik zat samen met Wim Sonneveld en Friso Wiegersma [levenspartner van Wim Sonneveld - RvS] te dineren in een plaatselijk visrestaurant, vertrouwde de komiek mij toe regelmatig last te hebben van grote angsten. Een angst die veel omvattender was dan de gebruikelijke plankenkoorts of faalangst. Sonneveld omschreef zijn vreesaanvallen als een vorm van 'bezwering van buitenaf' die in 1964 begonnen was. (...) Twee dagen na de première van zijn theatershow 'Een avond met Wim Sonneveld' ontving de theatermaker een brief van een man die zich Higgens noemde [in de musical 'My Fair Lady', die liep vanaf 1 oktober 1960 t/m 30 november 1962, speelde Wim Sonneveld de rol van Henry Higgens - RvS]. Deze Higgens voorspelde Sonneveld een noodlottige wending van zijn carrière.(...)' [Pagina 67-68, Ian Ryder - 'Extra-sensory perception; the shadow and the resonance']

Een paar bladzijden verder geeft Ryder een weergave van de eerste brief van 'Higgens' aan Wim Sonneveld.

Geachte heer Sonneveld,

Al enige jaren mag ik mijzelf een groot bewonderaar noemen van uw theaterkunsten. Ik wil u dan ook graag complimenteren met uw voorstelling 'Een avond met Wim Sonneveld', waarvan ik de première tot mijn grote genoegen heb mogen meebeleven.
Daar ik mezelf behalve liefhebber vooral ook kenner van u en uw werk mag noemen, wil ik u graag waarschuwen voor een aantal valkuilen die mijns inziens op uw wachten.
Tijdens uw laatste nummer van de show, 'Ik zou nooit iets anders willen zijn', zag en voelde ik dat u als artiest totaal los kwam te staan van uw orkest, het theater en - het belangrijkste - uw publiek. IJdelheid is niet alleen een ongunstige eigenschap, maar kan voor een groot artiest een catastrofale blindheid veroorzaken. Ik voorzie grote problemen wanneer u aan deze hoogmoedigheid blijft toegeven. Wanneer uw energie naar binnen gericht zal blijven is de kans groot dat deze rondom uw ego zal blijven spoken en daardoor hernieuwde en broodnodige inspiratie buiten zal sluiten.
Als groot fan draag ik u en uw kunsten een warm hart toe. Ik zal mij gedurende uw serie voorstellingen vaak in het publiek begeven. Ik zal u, vanuit de zaal, bedienen van metafysische waarschuwingen. U zult ze niet missen, dat zal ik u verzekeren.
Leer te luisteren naar deze hulpkreten van een bewonderaar die u en uw theater een warm hart toedraagt.

Met liefhebbende groeten,

Higgens. [Pagina 73, Ian Ryder - 'Extra-sensory perception; the shadow and the resonance']

'(...) Wim vertelde mij dat hij iedere avond bij het slot van zijn voorstelling last kreeg van een bovenmenselijke spanning. Het lied 'Ik zou nooit iets anders willen zijn' kreeg diverse keren door deze angsten niet het gewenste niveau. Bij veel van de voorstellingen ontving de theatermaker een boeket bloemen in zijn kleedkamer van deze 'goed bedoelende' fan. Ook werd Sonneveld bij het wachten voor zijn opkomst, meestal in de coulissen, overvallen door een plotseling opkomende hoofdpijn of spierpijn in de bovenbenen.
Wim heeft er, samen met de theaterdirectie, alles aan gedaan om deze spirituele bezoeker te traceren. Helaas bleef dit zonder enig resultaat. De mysterieuze Higgens bleef een grote onbekende.
Nu hij een nieuwe voorstelling in voorbereiding had ontving Sonneveld opnieuw waarschuwende brieven van zijn bezorgde bewonderaar. Sommige van deze brieven begon hij zelfs op zijn vakantieadres in Frankrijk te ontvangen. Op dagen dat er weer eens zo'n brief bij de post had gezeten, kreeg de artiest acuut last van zijn rug, nek en bovenbenen. Soms werd hij daarbij overvallen door heftige koortsaanvallen. (...) Uiteindelijk consulteerde Wim mij om in de week van zijn nieuwe première in het theater aanwezig te zijn. (...) Uren voor de voorstelling liep ik door de lege theaterzaal om eventuele magnetische velden op te zoeken en af te tasten. Hetzelfde deed ik op het toneel en in de kleedkamers. (...) Ik masseerde Wim, voerde lange gesprekken en leerde hem zijn angsten te overwinnen door erop te vertrouwen dat ik een extra kring tussen hem en zaal had opgetrokken. (...) In overleg met de theaterdirectie mocht ik, met de brieven van Higgens in mijn hand, na de pauze de zaal doorlopen. Ik deed een beroep op mijn haïstische krachten en baande, voordat het doek voor het tweede deel op zou gaan, langs de rijen met het afwachtende publiek. Ook ik kreeg hoofdpijn toen ik op de hoek van één der middelste rijen oogcontact kreeg met een jonge, brildragende, man. Twee passen afstand hield ik toen ik de jongen één van de bewuste brieven liet zien. (...) De man begon te zweten, keek om zich heen - wanhopig steunzoekend bij de afwachtende zaalwachten - en stond uiteindelijk op om het theater te verlaten. (...) Voor zover ik weet heeft Wim Sonneveld sinds die avond zijn angsten verloren.
Wim Sonneveld overleed op zaterdag 9 maart in het Amsterdamse VU ziekenhuis.
Een aantal dagen voor zijn dood schreef hij mij nog een dankbare brief die ik met veel liefde in mijn klantencorrespondentie bewaar.
Aan mijn gevoelens rondom zijn laatste brief en plotselinge dood kan ik geen enkele zekerheid ontleden. Toch kan ik niet nalaten hier te vermelden dat ik tussen zijn brief en zijn sterven duistere waarnemingen heb gehad. Duister, zowel in de letterlijke als figuurlijke zin. Ik ben bang dat mijn lieve vriend Wim in zijn schrijven aan mij - juist door zijn angsten te ontkennen - aangaf dat de vrees voor de krachten van zijn bewonderaar terug was. Nogmaals: mijn waarnemingen hierover zijn onvoldoende sterk (...). [Pagina 71-72, Ian Ryder - 'Extra-sensory perception; the shadow and the resonance']

Na het lezen van dit bizarre hoofdstuk (waarin Ryder zijn 'haïstische krachten' breedvoeriger beschrijft dan dat ik in het bovenstaande artikel heb overgenomen) besloot ik om, wanneer ik terug zou zijn in Nederland, uitvoeriger naar dit mysterie op zoek te gaan. Ik kan niet ontkennen dat ik, toen ik het boek dicht sloeg en uitkeek over het hooggebergte van het Lake District, tegen beter weten in hoopte de ware identiteit van Higgens op het spoor te kunnen komen.

Terug in Nederland bleef het hoofdstuk over Wim Sonneveld drammerig door mijn hoofd spoken. Vooral de zin 'Toch kan ik niet nalaten hier te vermelden dat ik tussen zijn brief en zijn sterven duistere waarnemingen heb gehad', had een intense indruk op mij gemaakt. Het maakte dat ik alle biografieën die ik van Sonneveld te pakken kon krijgen verslond, de archieven van het theaterinstituut in Amsterdam doorploegde en op internet alles naspeurde wat ik over de dood van Sonneveld vinden kon. Ik moest het mysterie, waar Ian Ryder me in had gezogen, verder napluizen.

Denkend aan het affiche van Sonneveld, dat vroeger naast het bed van mijn oma hing, moedigde ik mijzelf aan om alle wezenlijke 'Sonneveld-plekken' in Amsterdam af te gaan. Om een onbereikbaar man een beetje tastbaar te maken bezocht ik de grond waar hij geleefd had. Ik bezocht de 'sluitingsvoorstelling' (verzorgd door Freek de Jonge) van het Nieuwe de La Mar Theater, het podium waar Sonneveld zo vaak had gestaan. Ik schreef artiesten aan die met hem hadden samengewerkt maar kreeg nooit antwoord. Ze zullen mijn verhaal, hoe zeer ik ook mijn best deed om het gebeuren zo zacht mogelijk te omschrijven, bizar en overrompelend gevonden hebben. Zelfs rondom de presentatie van de laatste Sonneveld-biografie, 'Wim Sonneveld - De parel van het cabaret' kwam ik niets nieuws aan de weet. Het boek beschrijft liefdevolle herinneringen en herbergt een hoop feitjes, maar diepgang? Nee. Melding van periodes van enige spanning of angst? Nee. Melding van Ian Ryder? Nee. Bij de boekpresentatie lukte het me wel om met knikkende knieën Willem Nijholt aan te spreken. Wanneer ik terugdenk aan zijn blik vol walging en zijn woorden vol zuur, bekruipt mij nog steeds een wrang gevoel van schaamte; 'Jij bent die etter met dat walgelijke verhaaltje over die paragnost? Laat me je één ding zeggen kereltje, het was een detail. Eigenlijk was het niets. Toe, hoepel op en koop een Agatha Christie op het Koningsplein'.

Mijn missie dreigde een stille dood te sterven.

Totdat ik afgelopen voorjaar in Londen was. Toen ik, min of meer per ongeluk, langs The British Library kwam, besloot ik een gok te wagen. Ik betrad de immense koepel en voelde me weer de kleuter in het doolhof. In de welhaast spirituele stilte doolde ik langs de torenhoge boekenwand die mij in een cirkel omsloot. Hoeveel boeken had Ryder op zijn naam staan? Er zou hier toch wel een digitaal bestand zijn dat ik kon raadplegen? In het midden van de zaal, recht onder het hoogste punt van de koepel, bevond zich een donkergroene balie. Achter deze informatiedesk trof ik een kromme, grijze, heer die met vlekkerige handen een oude catalogus zat te beplakken. Toen ik hem aansprak keek hij me met toegeknepen ogen aan, knikte belangstellend bij elke nieuwe wending van mijn verhaal en gaf me vervolgens rochelend, maar op een smerende fluistertoon, uitvoerig antwoord. Ian Ryder? Daar had hij nooit van gehoord. Ook uitgeverij Thames House bleek niet meer te bestaan. Hij adviseerde mij om het Britse instituut voor de Parapsychologie aan te schrijven om zo meer over Ryder aan de weet te komen en langs die weg - mocht de paragnost nog leven - met hem in contact te komen. Bijzonder traag, maar secuur, stond de man op en wandelde naar een kaartenbak achter diens rug om voor mij het adres op te zoeken en over te schrijven. Deze hulpvaardige man prefereerde pen, papier en fichessysteem boven de computer die rechts op zijn desk stond. Nadat hij mij het notitieblaadje gegeven had, stak hij beminnelijk zijn hand naar mij uit. Dankbaar nam ik die aan.

Na een zakelijke briefwisseling met het Britse instituut voor de Parapsychologie, kwam ik te weten dat de paragnost Ian Ryder een teruggetrokken leven leed in een plaats onder de rook van Oxford. Hij was inmiddels 92 jaar en had in zijn hele carrière een viertal boeken geschreven waarvan er geen één meer in druk verscheen. Op een apart vel ontving ik een correspondentieadres waar ik mijn brief aan Ryder naar toe kon sturen.

Utrecht, 20 juli 2006

Zeer geachte heer Ryder,

Nederig en met een grote terughoudendheid wil ik u middels dit schrijven enige vragen stellen over een episode uit uw boek ´Extra-sensory perception; the shadow and the resonance´. Ik heb dit boek tijdens mijn vakantie in Engeland in een tweede hands boekwinkel gevonden.

In hoofdstuk III beschrijft u uw ontmoeting met, en latere consult aan, de Nederlandse theaterartiest Wim Sonneveld. U gaat uitgebreid in op de schriftelijke én bovennatuurlijke bedreigingen aan zijn adres en hoe u die, middels het aanwenden van uw ´haïstische krachten´, heeft weten te stoppen door deze ziekelijke stalker bij één der voorstellingen te ontmaskeren. Aan het slot van dit hoofdstuk geeft u aan dat Wim Sonneveld u vlak voor zijn dood een dankbare brief geschreven heeft waarin hij aangeeft van zijn angsten verlost te zijn. U besluit het verhaal met een opmerkelijke zin die mij nu al ruim anderhalf jaar bezig houdt. ´Aan mijn gevoelens rondom zijn laatste brief en plotselinge dood kan ik geen enkele zekerheid ontleden. Toch kan ik niet nalaten hier te vermelden dat ik tussen zijn brief en zijn sterven duistere waarnemingen heb gehad. Duister, zowel in de letterlijke als figuurlijke zin. Ik ben bang dat mijn lieve vriend Wim in zijn schrijven aan mij - juist door zijn angsten te ontkennen - aangaf dat de vrees voor de krachten van zijn bewonderaar terug was.´

Zou u mij, wanneer u zich een en ander kunt herinneren, kunnen vertellen in welke richting uw waarnemingen gingen? In Nederland is er geen biografie te vinden die melding maakt van Sonneveld zijn angsten, zijn consult, de aanwezigheid van een paragnost bij een aantal van zijn voorstellingen, laat staan een mysterieuze toedracht rondom zijn dood. Mensen die in de nabijheid van Sonneveld hebben verkeerd weren mijn vragen af of geven simpelweg geen antwoord. Kunt u pogen om uit uw herinneringen een nadere omschrijving te geven van ´Higgens´, de man die u in het Nieuwe de La Mar theater de zaal uit joeg door hem zijn eigen brief te tonen? Zou u tevens in uw correspondentie met Sonneveld op zoek willen gaan naar eventuele feitelijke, dan wel spirituele, aanwijzingen waaruit voor u kon blijken dat Sonneveld zijn belager opnieuw operationeel was?

Ik ben een liefhebber van theater en publiceer verhalen op het internet. Deze combinatie maakt dat ik mijn interesse in het door u opgeworpen mysterie meer dan gemiddeld mag noemen.

In de hoop dat u mijn motieven vertrouwen wilt en uw geheugen u omtrent de angsten van uw vriend niet in de steek laat, doe ik met de hoogste achting een beroep op uw bereidwilligheid om dit - voor Nederland - nieuwe mysterie te doorgronden.

Rik van Schaik.

Ik verzond deze brief eind augustus 2006. Na drie weken vervloog mijn opwinding bij het horen klepperen van mijn brievenbus. Na twee maanden waren er zelfs dagen dat ik niet eens meer aan mijn brief dacht. Zomertijd werd wintertijd en Sonneveld doolde weer in mijn geheugen zoals hij dat ook voor het boek van Ryder had gedaan.

Vandaar dat ik uitermate verrast was toen ik op 20 november 2006 een brief met een Engelse postzegel op mijn deurmat vond.

Brightwell, 16 november 2006

Geachte heer Van Schaik,
Allereerst mijn excuses voor de late beantwoording van uw schrijven. Hieraan ligt geen weerzin ten grondslag, in tegendeel zelfs, maar een langdurige ziekenhuisopname voor allerlei ongewenste problemen van lijfelijke aard.
U heeft geen idee hoe gelukkig u mij heeft gemaakt. Aan uw vragende brief ligt een boek ten grondslag dat al vele jaren uit de reguliere handel is. Het feit dat iemand zich een antiquarisch exemplaar heeft aangeschaft en deze óók nog heeft gelezen, schonk mij een vreugde die ik jarenlang heb moeten missen. Het feit dat u mij vraagt te graven in mijn verleden met Wim Sonneveld, geeft me het gevoel opnieuw nuttig te zijn. Een gevoel dat ik eveneens voor het laatst in de vorige eeuw heb mogen ervaren.
Ik zal mijn uiterste best doen om zoveel mogelijk aan uw wensen tegemoet te komen, al is alles erg lang geleden en zijn mijn spirituele krachten zo goed als uitgeput. Ook de persoon Wim Sonneveld, hoe lief hij mij ook was, is inmiddels te ver van mij af komen te staan. Maar naar aanleiding van uw schrijven heb ik mijn huishoudster het dossier Sonneveld van zolder laten halen. Alle feiten die ik de afgelopen dagen uit deze akte heb weten te destilleren, laat ik hieronder voor u uitschrijven.

In de dagen dat ik mij met Wim in het Nieuwe de La Mar bevond, bezat ik een eigen kleedkamer waarin ik alle brieven van de zich ´Higgens´ noemende man voor de kaptafel had uitgespreid. Alle brieven waren op verschillende typemachines uitgetikt, maar op enkele papieren vond ik echter wel een doorslag van - waarschijnlijk - een mannenhandschrift. Wat ik toen in die kleedkamer, samen met de grimeur, kon ontcijferen was het volgende:

Er was een man .. ... ... ... ontkende
Hij dacht: ... ... ... ... ... dan moet Hij er ... ...
... .. ... hoop", riep hij dwars door de ellende
Zoiets als ... ... ... denken: ... wijn

Het was in een tijd ... ... ... ... was
De ... van de bom haalde de pit eruit
Je zou, ... ... geneigd zijn te ... ... God dood was
Een ... ... ... markt dus ... ... positief geluid

Het kwam ons over als een eerste aanzet voor een gedicht of songtekst.
Ik verduisterde de kleedkamer en gaf me met gesloten ogen over aan de materie van ´Higgens´ en de stilte in het theater. De beelden die ik doorkreeg waren korrelig. Ik zag een toneel met drie mannen, de middelste was Wim. Hij droeg een bellentooi op zijn hoofd en een trommel op zijn rug. Hij draaide naar links maar kon het toneel niet af omdat hij werd tegengehouden door een jongeman, vervolgens draaide hij naar rechts alwaar hem de pas werd afgesneden door een jongen van dezelfde leeftijd. Beide heren opende langdurig hun mond zonder geluid te maken en tijdens deze stille schreeuw kropen ze meer en meer naar het midden toe, totdat Wim achter hun rug verdwenen was. Ook zag ik ballonnen en slingers vallen. Mijn visioen eindigde met een vallend doek waar de brildragende man uitdagend zijn hoofd tussenstak, toen doofde de volgspot in welk licht hij gevangen was.
De indruk die ik van dit tafereel kreeg was dat ´Higgens´ een vakbroeder van Sonneveld moest zijn die een weerzin voelde tegen de creaties van de generatie voor hem.

Op die bewuste avond dat ik in de zaal de energie van Wim zijn opponent waarnam, werd ik vooral naar beelden getrokken die ik boven de hoofden van het publiek kon zien. De jongeman die ik in mijn boek beschrijf, had boven zijn hoofd een springerige voorstelling van een narmuts. Vooral deze schimmige verschijning deed mijn vermoeden - dat het om een vakgenoot moest gaan - nog meer groeien. Toen ik uiteindelijk oog in oog stond met ´Higgens´ en deze confronteerde met zijn brief, voelde ik een nieuw elektronisch veld uitslaan dat aan mij bleef kleven lang nadat de ´Higgens´-figuur de zaal verlaten had. Dit nieuwe veld bracht mij dermate uit evenwicht dat ik er duizelingen van kreeg. In die duizelingen zag ik ´Higgens´ in een spookachtig spiegelbeeld voor me opdoemen. Maar... Hij was niet alleen! Twee schimmen, min of meer gelijk in lengte, vol van energie die brutaal en dreigend op mij overkwamen. Enkelvoud werd meervoud. Ik heb Wim dit verteld, maar omdat het hem verder goed ging zag hij af van een verlenging van het consult.

Meervoud dus. Iets wat strookt met de berichtgeving rondom het sterven van Sonneveld. Op zondag 17 februari 1974 kwam de theatermaker terug naar Nederland om voorbereidingen te treffen voor een tour de chant vol Franstalige chansons. Onderweg heeft Wim twee lifters opgepikt. Tijdens deze autorit kreeg hij zijn eerste hartaanval en werd hij door zijn gezelschap naar het VU ziekenhuis gereden alwaar hij tot zijn tweede, en fatale, hartaanval verbleef.

Ik heb Wim zijn begrafenis niet kunnen redden. Hierdoor ben ik ook niet in de gelegenheid geweest de auto aan een nader onderzoek te werpen. Iets wat ik graag had gedaan.

Maar nu, meneer Van Schaik, wil ik u graag uit de doeken doen wat mij, vlak voor het uitbrengen van 'Extra-sensory perception; the shadow and the resonance' het meest aan het wankelen bracht. Na een sessie lezingen en consulten in Europa, kocht ik op schiphol een Groene Amsterdammer waar ik een groot in-memoriam artikel over vriend Sonneveld in zag staan. Ik kocht het voor de foto´s, want Nederlands lees ik niet. Via een tolk op mijn instituut begreep ik dat het nieuwe theatertalent anno 1974 in dat artikel ook zijn herinneringen aan Wim uitsprak. Bij het zien van de foto´s bij die bewuste artikeltjes voelde ik een zelfde voltage als een paar jaar eerder in het Nieuwe de La Mar theater.

Ik beschik enkel over gevoel en waarnemingen. Feiten heb ik nooit kunnen controleren en gesprekken met de betrokkenen heb ik nooit gevoerd. Bovendien staat het hele gebeuren, zoals ik u al eerder schreef, inmiddels te ver van mij af.
Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat u door mij geschreven te hebben de zaak tot een oplossing gaat brengen. Desalniettemin stuur ik u een kopie mee van de foto die mij schokte. Wie weet heeft u er wat aan, al kan ik me niet voorstellen dat u er wat mee bereikt.

Veel dank voor uw belangstelling en sterkte met uw zoektocht.

I. Ryder

P.S.: Wie niet weet, voelt geen pijn. Wie niet zoekt, voelt geen vreugde!

Gebruikte literatuur: Ian Ryder ´Extra-sensory perception; the shadow and the resonance´ (1975, Thames House - GB) Vertaling fragmenten: RVS.

De foto waar het om gaat


Commentaar : Als je dit verhaal leest, bekruipt je toch het gevoel dat iemand een grote fantasie heeft, terwijl je aan de andere kant denkt, stel dat er iets van waar is...

Kick van der Veer schreef in het gastenboek "Dit was nog eens nieuws voor onze redactie! We houden het in de gaten..." terwijl zijn collega Jacques Klöters het verhaal meteen verwerpt: Ik snap bij de here God niet hoe je dit kulverhaal 'nieuws' kan noemen. Werkelijk (donqui)shocking! Nieuws is meestal gestoeld op controleerbare feiten, niet op verzinsels uit de veel te dikke duim van de heer van Schaik...

Wie de man met de bril in de zaal zou zijn geweest, valt niet moeilijk te raden.

Interessanter vond ik de verwijzing naar die twee jonge mannen in het visioen. Vooral als je bedenkt dat de twee lifters, die Sonneveld na zijn hartaanval naar het ziekenhuis hebben gereden, vervolgens spoorloos verdwenen zijn. Er hebben nog advertenties in de krant gestaan om hen op te sporen, maar er is nimmer een reactie gekomen.

Zo kan je het verhaal natuurlijk nog spannender maken!

Inmiddels heeft een oplettende lezer wat eigen onderzoek gedaan.

Deze schijft:

In het Engelse telefoonboek: Geen Pickard's old book shop of Pickard in Windermere.

Op het internet: Geen uitgever Thames House

In de British Library/ New York Library Geen boek getiteld Extra-sensory perception ... door Ian Ryder.

Het is ook niet te vinden op AddAll, tweedehands boeken site en ook niet in The Library of Congress

Kijk, dat boek is tamelijk recent (1975) en een pocket boek. Het werd dus (als het bestond) vrijwel automatisch aangekocht door alle grote bibliotheken. Library of Congress heeft vrijwel alles wat er ook ter wereld in druk verscheen.

 

 

Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma