"De Lodewijkentijd"
VAN FRISO WIEGERSMA

 


De Lodewijkentijd
was een tijd van zachte muziek
tedere romantiek
zwier en sierlijkheid.
Alles was o zo fijn
Iedere vrouw en iedere man
leek op een popje van
Saksisch porselein
Dames en heren
pruiken met veren
in zijden kleren
vieux roze en zacht blauw
Was dat de adel?
Nou, vergeet u het maar gauw.

Men was niet zo exquise
want die Lodewijken-kliek
was dan wel reuze chic
maar ook vreselijk vies
Ook al droeg men dan satin
wassen vond men niet zo knal
Daarom zag je overal
die chique beige teint
Kleren met kantjes
pikzwarte tandjes
nagels met randjes
en hier en daar een vlek
Daar danst de adel
met een ongewassen nek.

En Madame de Briancourt
gaat u strakjes met mij mee
voor een intiem souper
en een peu d'amour
had men zich neergelegd
in het weelderig slaapsalet
Nou, dan begon in huis
het gedonderjaag pas echt
want ieder huisje
had zo zijn luisje
en ieder luisje
bezorgde je veel leed
Daar stond de adel
zich rot te zoeken naar een neet.

Maar mijn hemel, wat een pech
had met het diertje eindelijk beet
zegt zij, het doet me leed
maar nu moet ik weg
De haan die kraait
de dag wordt rood
Madame, een andere keer maar beter
en groet vooral meneer
uw echtgenoot.




Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma
Meer teksten van Wiegersma