"Niet goed bij haar verstand"

VAN FRISO WIEGERSMA

 


Haar zoon nam haar een dag naar Schiphol mee
Want moeder, zei hij, er zijn zoveel nieuwe dingen
Je moet het zien, je bent van deze tijd
En de techniek maakt zulke vorderingen

Ze was wat bang van de techniek van nu
Die ging naar haar idee met iets te rasse schreden
Ze vond er vaag iets onnatuurlijks aan
Maar hoe dan ook, ze is naar Schiphol meegereden

Ze zag een wereld, glad en efficient
Ze zag de jets, hoorde ze krijsend overkomen
En dacht: Het zal wel knap zijn allemaal
Ik heb toch liever een stuk land met gras en bomen

refrein:
En als u denkt: Ze was niet goed bij d'r verstand
Dan moet u toch wel even op uw woorden passen
Want we ademen geen lucht meer in maar gassen
En we horen hoe de olie-golven klotsen op het strand
Zo ver zijn we dan gekomen met ons prachtige verstand

Toen zei haar zoon: Zo wordt de wereld nou
Maar nog veel beter en volmaakter zal wel blijken
En bij die ene argeloze zin
Sloeg haar de schrik om 't hart, een schrik die niet wou wijken

De roltrap af, de roltapijten op
Passeerden uitgebluste, grotemensen-horden
Een plastic wereld voor een doodmoe ras
Moest zo de mooie wereld van de toekomst worden

Ze keek door 't raam en dacht: Hier groeide gras
Ze zag beton en glas zover ze maar kon kijken
Zo wordt de wereld, dacht ze, een woestijn
Want de techniek, ja, de techniek gaat over lijken

refrein

Sindsdien zag ze steeds meer in de techniek
Een ongeneeslijke ziekte, een bedreiging
Een moord op alles wat natuurlijk was
Maar waar de wereld onverschillig aan voorbij ging

We zijn te laat, dacht ze, we kunnen niet terug
We gaan vooruit met harde, arrogante koppen
Tot alles is vervuild en uitgeroeid
We gaan met man en met computer naar de knoppen

Maar op den duur werd dit te veel voor haar
Ze werd zo moe, zo moe, ze wilde zich verstoppen
En niet meer denken, zonder zorgen zijn
De anderen zonder haar hun peultjes laten doppen

refrein

Een tijd geleden is het dan gebeurd
Ze stond te kijken op de brug, een zomermorgen
Net gleed een troepje eenden door de gracht
Zo wil ik ook wel drijven, dacht ze, zonder zorgen

Ze riep: Vooruit, terug naar de natuur
Toen sprong ze lachend naar beneden in het water
En zonk meteen, want zwemmen kon ze niet
Het troepje eenden vloog uiteen met luid gesnater

Ze is niet dood, ze zit in een tehuis
Ze praat niet meer, ze zit alleen maar wat te kwaken
Ze denkt dat ze een eend is, verder niets
En geen probleem van deze tijd kan haar meer raken

En als u denkt: Ze was niet goed bij d'r verstand
Dan moet u toch wel even op uw woorden passen
Want we ademen geen lucht meer in maar gassen
En we horen hoe de olie-golven klotsen op het strand
Zo ver zijn we dan gekomen met dat prachtige verstand

 


Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma