"De sneeuwman"

VAN FRISO WIEGERSMA

 


Het was op vrijdag al gaan sneeuwen
en zaterdag was alles wit
Hij dacht: De winter van het leven
geen bar origineel gegeven
maar wel iets waar ik mooi mee zit

Dat was zo zijn manier van denken
Wat literair, misschien wat kil
Zijn huwelijk en zijn werkzaamheden
die hoorden tot een ver verleden
Hij leefde nu al jaren stil.

Na een arbeidzaam, vlijtig leven
met zelden maar een groot verdriet
Een huis, geen financiele zorgen
Toch dat hij op die witte morgen
Wel fraai, maar vrolijk is het niet.

Als altijd kwam zijn zoon die middag
met vrouw en kinderen op de thee
De kinderen waren niet te houwen
Ze wilden graag een sneeuwman bouwen
Daar stond ie, na een uur of twee.

Met wortelneus en steenkoologen
met bezem, pijp en ouwe hoed
Zijn zoon zei: jongens, handen wassen
Kom Loes, help jij ze in hun jassen
we gaan, dag vader, houd je goed.

Daar stond hij samen met de sneeuwman
hij dacht: we horen bij elkaar
Twee heren die nog heel wat lijken
maar elk moment kunnen bezwijken
waar is de sneeuw van 't vorig jaar?

De sneeuwman werd een soort obsessie
Een oude vriend die sterven zal
De dooi kwam zonder mededogen
Eerst viel de neus en toen de ogen
Een langzaam, gruwelijk verval.

Toen zaterdag zijn jongste kleinkind
bedroefd de sneeuwman niet meer vond
toen zei die: luister goed m'n kleine,
zo gaat dat, alles moet verdwijnen,
straks valt ook opa op de grond.

Eerst valt z'n neus en dan zijn oogjes
net als de sneeuwpop gaat dat dan
Hè vader nou, zei Loes geschrokken,
je opa zit maar wat te jokken
En keek veelzeggend naar haar man.

En toen ze waren weggereden
nam hij een mapje uit de kast
iets wat hij nooit tevoorschijn haalde
Gedichten die hij eens vertaalde
Heel vroeger, als gymnasiast.

Nee, niet zo mooi vertaald, dat wist-ie
maar vlijtig zocht hij toch naar iets
twee regels waarin stond te lezen
Al wil de mens van alles wezen
Hij is en blijft in wezen niets.

Zo is dat, zei hij, en niet anders
Maar in de auto onderweg
zei Loes: Ik wil je echt niet kwetsen
maar vader zat wel vreemd te kletsen
Die wordt niet wijs, wat ik je zeg.


Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma

Terug naar teksten van Friso Wiegersma