FRISO WIEGERSMA - biografie I

 


BIOGRAFIE
Het geslacht Wiegersma stamt uit Friesland en de grootvader van Friso, Jacob, werd in 1863 in Surhuisterveen geboren. Hij studeerde medicijnen in Utrecht en trouwde met Elisabeth Josephina Maria Blancke. Ze gingen in Lith wonen, alwaar hij als dokter werkte. Ze kregen negen kinderen, het tweede kind was Hendrik die net als zijn vader medicijnen ging studeren.

 

Hendrik Wiegersma trouwde met Petronella Daniels en ging met haar in Deurne wonen, eerst in de Stationsstraat en later in het door hem zelf laten bouwen De Wieger, een enorm huis dat meer lijkt op een stadhuisje met zijn trapgevels en glas-in-lood ramen. Dit huis, waar Friso is geboren, is na de dood van vader een museum geworden. Er was ook een prachtige tuin met een hoge bomen langs het tuinpad die onsterfelijk zijn geworden in de tekst van Het Dorp.

Hendrik kreeg vijf zonen, Jacob Pieter in 1918, Pieter in 1920, Wieger in 1923, Friso in 1925 en tot slot Sjoerd in 1927.
Zij bezochten de lagere school in Deurne en moesten daarna met de trein naar school in Tilburg. Door het gereis kwam het huiswerk in de knel en daarom werden de zonen naar de kostschool Rolduc in Kerkrade gestuurd. Friso kwam daar echter niet terecht, omdat voor die tijd zijn broers na een handgemeen van school werden gestuurd. Daarom werd hij door de week in een pleeggezin in Eindhoven geplaatst, hetgeen hij afschuwelijk vond. Uit protest was hij 'brutaal' op school en hij deed ook zijn best niet, totdat het einde van het schooljaar naderde want de angst om te blijven zitten en langer in Eindhoven te blijven was uiteindelijk belangrijker dan zijn protest.

 

Friso (links) en zijn broer Wieger

Vader Hendrik was inmiddels via patiënt Van Rees geïnteresseerd geraakt in de schilderkunst en kreeg vele artiesten over de vloer. Broer Jaap kreeg al gauw de buik vol van alle verhalen maar Pieter en Friso zogen alles als sponsen in zich op. Ook zij begonnen zich al jong voor de kunst te interesseren.
Friso had daarnaast ook pianoles, hij speelde dermate goed dat hij korte tijd dacht dat hij er wellicht zijn beroep van kon maken, maar toen hij merkte dat hij niet goed genoeg was, raakte hij, perfectionistisch als hij was, de piano nooit meer aan.

Nog voor hij eindexamen deed, hij was een jaar of zestien, ontdekte hij dat hij homoseksueel was. In zijn vaders boekenkast zag hij een Duits boek van Hirschfelt staan. Die Homoseksualität stond er met gotische letters op kaft. Er stonden cases in uit 1910 over homoseksuele dominees en dergelijke. Friso las het boek en concludeerde nuchter dat hij dus niet de enige in de wereld was en hij nam zich voor de anderen gauw op te zoeken. Niet dat hij zich nu echt in een eenzaam isolement bevond, "Ik heb nooit in een Well of Loneliness gezeten," zei hij ooit, met een verwijzing naar de beroemde roman.
In 1941 ging Friso, zestien jaar oud, naar de Kunstnijverheidsschool in Arnhem. Daar was hij voor het eerst op zichzelf en had hij de vrijheid om, zoals hij dat zelf benoemt, rond te rotzooien.
Toen D-day kwam, vonden de ouders van Friso het hoog tijd worden dat Friso thuiskwam; een verstandig besluit anders had hun zoon middenin 'Een brug te ver' gezeten.
In Deurne kwam de bevrijding eerder dan in de rest van het land, namelijk in september 1944. Het gezin kwam uit de kelder tevoorschijn, waar ze tijdens de beschietingen schuilden, samen met de twee ondergedoken kinderen van Anton Coolen, Stijn en Felix.

AMSTERDAM
Na de bevrijding vertrok Friso meteen naar Amsterdam toe om daar kunstgeschiedenis te gaan studeren. Het was 1946 en hij was twintig jaar. Hij vond een huis aan het Leidseplein zelf, naast het Hirschgebouw, waar hij met een schoolvriend en een neef ging wonen. Daar ontdekte hij het artistieke leven, het Holland Festival kwam en hij zag lange rijen voor de schouwburg staan, allemaal mensen die na de oorlog graag vermaakt wilden worden. Het was de tijd dat je geacht werd in jasje en pak door de straat te lopen, maar Friso wilde zich afficheren. Zo had hij bijvoorbeeld een vieux roze fluwelen jas laten maken, bezaaid met zeeuwse knopen. Ook droeg hij vaak een Hongaars geborduurd mannenvest dat zijn ouders nog voor de oorlog uit het, toen, mondaine Boedapest hadden meegenomen. Aangezien hij ook nog lang haar had, was hij een opvallende verschijning in de straat.

WIM SONNEVELD
Schuin tegenover zijn woning was het Leidsepleintheater waar Wim Sonneveld optrad. Friso ging een keer kijken en was meteen verkocht.
"Ik viel zwaar voor hem, vond hem enig, maar het was natuurlijk ook een heel knappe man."
Hoewel hij wel besefte dat het wellicht onbegonnen was om het aan te leggen met je idool, kon hij het toch niet laten om plannen te smeden. Helaas kende hij niemand uit het milieu om als kruiwagen te functioneren. En ook al stond Wim Sonneveld gewoon in het telefoonboek, dan kon hij hem toch niet plompverloren opbellen? Dan moest hij maar een andere manier vinden om op te vallen. Hij besloot om elke avond op de eerste rij te gaan zitten en in het Leidepleintheater was dat behoorlijk dichtbij, je zat op een meter afstand van de artiesten. Bij de vierde of vijfde keer was er licht geroezemoes omdat het de artiesten opviel dat die jongen daar weer zat in zijn donkerblauwe pinstripe. Wim dacht eerst dat Friso voor medewerkster Eri Rouché kwam, maar toen hij Friso nader bekeek, zag hij dat de waarheid waarschijnlijk anders was.
Op de avond dat Friso er voor de achtste keer zat, liet Wim via de oeuvreuse een briefje brengen aan Friso. Erop stond het voorstel om elkaar na de voorstelling bij de artiestenuitgang te ontmoeten. Friso wist niet eens wat een artiestenuitgang was maar vond deze blijkbaar toch, waarna Wim hem prompt meenam naar huis, ook al sluit Friso niet uit dat ze eerst nog ergens een borreltje gedronken hebben.

 

Vervolg biografie


Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma