Interview met FRISO WIEGERSMA

 


Donderdag 11 december 2003

Niet praten maar zingen
Door Nico Heemelaar

Het programma Telkens Weer Het Dorp gaat vanavond in première in Amstelveen.

Telkens weer het dorp heet de hommage aan tekstdichter Friso Wiegersma, die vanavond in première gaat. Hartverwarmend noemt de 78-jarige Wiegersma het eerbetoon. 'Ik heb ze gevraagd: niet over me praten, zing me maar!'
Amsterdam - Met zijn partner Hans van der Woude heeft hij al een paar try-outs bezocht. Friso Wiegersma, bekend liedjesschrijver en vroegere partner van Wim Sonneveld, krijgt de hommage die hij verdient. Onder de titel Telkens weer het dorp brengen Tony Neef, Jenny Arean, Joke de Kruijf en Marnix Kappers -gelijk naar de titel van de in 2000 verschenen bundel -een theaterprogramma met zijn mooiste liedjes. Het lijflied van Willeke Alberti opent de recital, om te eindigen met 'het tuinpad van mijn vader' dat pas na Sonnevelds dood zou uitgroeien tot een evergreen. Tussendoor wisselen overbekende nummers als Nikkelen Nelis en Josefien elkaar af met onontdekte parels als Het lachen en Mevrouw van Dam.
"Het is hartverwarmend om te zien dat deze mensen zo voor je werk gaan", zegt Wiegersma (78). "Zo'n Tony Neef, die mij bijna omhelst en zegt dat hij altijd zo graag werk van mij had willen zingen. En hij doet het verdomd goed. Ik wist niet dat die jongen zo veelzijdig was."

Geboren in het Deurne van Slagerij J. van der Ven, toog Wiegersma in 1945 naar Amsterdam voor een studie Kunstgeschiedenis. Die studie zou hij nooit afmaken, maar hij leerde er Wim Sonneveld kennen en werkte zich op als ontwerper voor theaterkostuums en -decors. Omdat Sonneveld schrijftalent zag, vroeg hij hem een liedtekst te maken. Dat was Nikkelen Nelis, die direct uitgroeide tot een topper, mede door de pakkende refreinregel 'zij kon het lonken niet laten'. Wiegersma had het woord 'lonken' van Johnny Jordaan gehoord. "Het mooiste compliment is dat er nu onder de vermelding 'lonken' in de Van Dale naar dit liedje wordt verwezen. Normaal moet je Couperus of Van Schendel heten om het woordenboek te halen."

Friso Wiegersma bleef de partner van Sonneveld tot aan diens dood in 1974. Vrij snel daarna leerde hij zijn huidige vriend Hans van der Woude kennen. Van der Woude speelde onder meer in Purper, maar heeft zich enkele jaren geleden van het theaterpodium teruggetrokken, schrijft nu teksten voor anderen en is sterk betrokken bij alles rondom het werk van zijn partner. Door zijn inzet verscheen drie jaar geleden de tekst-en liederenbundel met daarin twee cd's met uitvoeringen van Wiegersma's liedjes. Ook stond hij deels aan de basis van het huidige liedjesprogramma. Hij boog zich, als onderdeel van het productieteam, over de tussenliggende teksten, maar mede onder druk van Wiegersma gingen die er weer uit. "Niet alleen bleken zij de vaart uit de show te halen, Friso heeft ook iets van 'praat niet over me, zing me maar"', zegt Van der Woude. Hierna wil Hans van der Woude zich toeleggen op een overzichtstentoonstelling en catalogus van Wiegersma's schilderwerk, want behalve decorateur, kostuumontwerper en liedjesschrijver, is hij ook een verdienstelijk schilder.

Wiegersma: "Die liedjesbundelwas al een kroon op mijn werk, want daarmee heb je iets blijvends. Een liedje zelf gaat niet zo lang mee. Het is al heel wat dat het publiek een paar van mijn liedjes kent, die ik 40 jaar geleden heb geschreven. Liedjes van voor de oorlog zijn nagenoeg in de vergetelheidgeraakt. Welke jongere zal bijvoorbeeld de naam Koos Speenhoff nog iets zeggen?"
Des te groter was de verrassing toen Wiegersma naar de Uitmarkt ging, Karin Bloemen zag optreden en het publiek woord voor woord het liedje Het dorp meezong. "Toen dacht ik verbaasd: Ze kennen dit beter dan het Wilhelmus. Het rare is dat toen ik het lied in 1966 had geschreven en Wim het zong, er nauwelijks aandacht voor was. Pas jaren later werden mensen milieubewuster en vooral na Sonnevelds vroege dood in 1974 is het uitgegroeid tot een evergreen én het lijflied van Wim.

" Ik heb mij altijd afgevraagd waarom het ene lied wel en het andere niet aanslaat. Wim zelf is zich tijdens zijn leven nooit bewust geweest van zijn populariteit, en had nooit kunnen bedenken dat hij nu, bijna 30 jaar na zijn overlijden, nog zo 'leeft'."

Wiegersma schreef bijna altijd in opdracht van anderen. Behalve Wim Sonneveld waren dat onder anderen Frans Halsema, Willem Nijholt, Rients Gratama en Jasperina de Jong. Hij schreef op maat. " Ik moest weten of een bepaald liedje paste bij de persoon die het zou uitvoeren",zegt hij. Door deze werkwijze is zijn oeuvre beduidend minder groot dan dat van collega's als Ivo de Wijs of Jan Boerstoel. Er is eigenlijk maar één liedje dat hij helemaal vanuit zichzelf heeft geschreven, en hij noemt het ook een van de mooiste uit zijn repertoire. Het is Het lachen, dat hij schreef pal na de dood van Wim. Willem Nijholt zette het naar zijn mening fantastisch op de plaat, maar Wiegersma werd nog eens extra geraakt door een recente uitvoering van Willeke Alberti met het Metropole Orkest. " Toen ik die single kreeg, heb ik direct een fax naar Willeke gestuurd om mijn complimenten te geven. Deze vrouw is werkelijk in staat de juiste snaar te raken."

Het huidige cabaret volgt hij niet meer zo. Behalve Karin Bloemen en de groep Vliegende Panters, die naar zijn mening een prachtige moderne versie hebben gemaakt van Het dorp, ziet hij geen aansluiting voor zijn liedjes bij de huidige generatie cabaretiers. " Er wordt steeds minder gezongen in cabaretvoorstellingen, en als ze al zingen, schrijven ze hun eigen liedjes. Maar als ik hoor en zie hoe enthousiast mensen reageren op Telkens weer het dorp, op een avond met alleen maar liedjes, gloort er bij mij hoop. Er is bij het publiek duidelijk een grote behoefte aan het gezongen theaterlied. Even had ik het gevoel dat er geen artiesten meer waren die in staat zijn mijn repertoire te zingen, maar deze vier kunnen het. Voor hen zou ik in de toekomst best teksten willen schrijven."

Copyright: Algemeen Dagblad


Artikel uit Eindhovens Dagblad van 06-12-2003

Opus One brengt hommage aan Friso Wiegersma

'Het dorp' is geen heilig relikwie

Door HENK WANINGE

Zaterdag 6 december, MUZIEKTHEATER.

'En langs het tuinpad van mijn vader / Zag ik de hoge bomen staan / Ik was een kind en wist niet beter / Dan dat het nooit voorbij zou gaan.' Beroemde strofen uit een beroemd lied: 'Het dorp' van Friso Wiegersma. Door veel artiesten gezongen, maar het best en onnavolgbaar vertolkt door de voormalige levenspartner van deze vroegere Deurnese dokterszoon, Wim Sonneveld.

'Het dorp' is samen met 'Telkens weer' de pijler van het nieuwe theaterprogramma 'Telkens weer het dorp' van Opus One, waarin Jenny Arean, Marnix Kappers, Joke de Kruijf en Tony Neef liederen zingen van de inmiddels 77-jarige en in Amsterdam wonende tekstschrijver. Om die titel, waarin de suggestie wordt gewekt dat hij 'Het dorp' een beetje zat is, kan Wiegersma wel lachen. 'Ik heb wel iets meer geschreven.'

Inderdaad, Wiegersma is auteur van circa 75 liedteksten; sommige zijn juweeltjes en behoren tot de crême de la crême van de Nederlandse liedkunst. Een willekeurige greep: 'Het lachen' (Willem Nijholt), 'De sneeuwman' (Frans Halsema), 'De middeleeuwen' (Purper) en 'Lieveling' (Wim Sonneveld). Toch is 'Het dorp' het meest in het collectieve geheugen blijven hangen. Wiegersma knikt: 'In 2001 zong Karin Bloemen het voor en met twintigduizend man op de Amsterdamse Uitmarkt. 'Dit is het begin van het einde', zei ik tegen mezelf. Vervolgens treedt het verval op en zullen de mensen het gaan uitkotsen.'
Hij glimlacht fijntjes want hij weet ook wel dat dit niet gauw zal gebeuren. Sommige nummers roepen, mits goed gebracht, altijd weer dezelfde emotie op. 'Het dorp' is zo'n tijdloze klassieker die, vreemd genoeg, niet gelijk aansloeg, maar pas in de loop der jaren een (theater)hit werd. 'De langzame teloorgang van een dorp was in de jaren zestig geen gespreksonderwerp', weet Wiegersma. 'Nederland zat nog in de opbouwfase, dorpen en steden werden gemoderniseerd. Pas later, toen milieugevoel en nostalgie zich begonnen te ontwikkelen, werd het een evergreen.'
Na Sonneveld kwamen er nog vele vertolkers. De Vliegende Panters staken het nummer zelfs in een eigen, rhythm and blues-jasje. Intimi verwachtten de toorn van de meester maar die vond het prachtig. Bovendien: 'Het lied is een gebruiksvoorwerp, het hoeft niet als een heilige relikwie behandeld te worden.'

Wiegersma is benieuwd hoe 'Telkens weer het dorp' het gaat doen. 'Rappen is er niet bij, de meeste mensen kennen de nummers in de oorspronkelijke versie. Het wordt een lichtvoetig programma. Ik heb gezegd: 'niet te veel over me praten, zing me maar'.'

Met Joke de Kruijf tijdens de laatste voorstelling


Rotterdams Dagblad Donderdag 8 Januari 2004

'Niet zoveel over me praten, zing me maar'

Friso Wiegersma krijgt eindelijk de erkenning die hij verdient

'Telkens weer Het dorp' heet ook de theatervoorstelling gebaseerd op het werk van Friso Wiegersma (77). Jenny Arean, Marnix Kappers, Joke de Kruijf en Tony Neef zingen zijn liedjes met een combo van de Wiegersma al jaren vertrouwde componist Ruud Bos. Ton Vorstenbosch en Hans van der Woude zorgen voor de verbindende teksten, die soms de vorm van een sketch zullen hebben.

,,Het is in elk geval zo lichtvoetig mogelijk. Het is geen levensbeschrijving van mij, het gaat om die liedjes. Ik heb gezegd: niet zoveel over me praten, zing me maar,'' zegt Wiegersma. Hij is slechts zijdelings bij de samenstelling betrokken. ,,De liedjes staan te dicht op me. Voor het ergste geval heb ik wel een vetorecht, maar ik denk niet dat dat nodig zal zijn. Hans is erg goed in de materie ingevoerd,'' lacht hij. Hans van der Woude is tevens de huisgenoot van Wiegersma.

Wiegersma schreef een kleine tachtig liedjes, waaronder een groot aantal voor Wim Sonneveld, tot diens dood in 1974 zijn levensgezel. Er zitten ongeveer 25 liedjes in het programma, die niet echt aangepast zijn voor de voorstelling. ,,De liedjes die ik bijvoorbeeld voor Frans Halsema schreef, waren meestal alleen voor piano. Nu hebben we een combo. Bovendien zijn het nu allemaal mensen die mijn liedjes nog nooit hebben gezongen, dat is ook al anders. Maar verder gaan ze nou niet ineens rappen of zo. De meeste mensen die komen luisteren, kennen die liedjes toch zoals ze oorspronkelijk waren en vaak is de eerste opvatting van hoe het moet toch ook de leukste. Toch zitten er wel eigentijdse verrassingen in, hoor.''
De belangstelling voor het boek en het besluit om een theaterprogramma over zijn werk te maken, is voor Wiegersma een flink stuk erkenning. Jarenlang ging hij, zoals hij het zelf zegt, een beetje door het leven als 'de weduwe Sonneveld' en daar wilde hij weleens vanaf. ,,Ik had zoiets van: en nu ben ik aan de beurt.''

Emotioneel

Hij wil de periode met Sonneveld absoluut niet uitvlakken. ,,Maar het werd voor mij zo langzamerhand zo'n Jackie Kennedy-gevoel. Voor mij is het een voorbij hoofdstuk. Het was belangrijk, emotioneel en vakmatig, maar ik wil er nou ook weer niet eeuwig mee geconfronteerd worden.''
Aan die confrontatie valt echter lang niet altijd te ontkomen. De naam Sonneveld ligt nog op ieders lippen en in het verlengde vaak ook die van Wiegersma, die niet alleen liedjes voor hem schreef, maar ook zijn decors en kostuums ontwierp. Dat Sonneveld bijna dertig jaar na zijn dood nog door jong en oud gekend en gewaardeerd wordt, hadden hijzelf en Wiegersma niet gedacht. ,,Wim dacht: als ik dood ben, dan draaien ze nog eens een liedje en dan is het voorbij. Maar hij is als iemand als Fred Astaire: die dansen van die man zijn zo goed, het maakt niks uit dat ze zo lang geleden zijn opgenomen. Kwaliteit verjaart niet.''

Sonneveld was recentelijk onderwerp of een van de hoofdpersonen van verschillende theater- en tv-producties, vier in totaal. Wiegersma was er allemaal niet gelukkig mee. Er waren onder meer een theater- en tv-programma over Johnny Jordaan waarin de smartlapzanger een relatie met Sonneveld werd toegedicht. ,,Er werd van Wim een soort demonische stadsnicht gemaakt die die arme Johnny in het verderf dreef. Dat is kletspraat en karaktermoord.''

Wiegersma heeft alleen de theatervoorstelling over Jordaan gezien, de andere drie producties heeft hij aan zich voorbij laten gaan. ,,Ik had er gewoon geen zin in.'' De teksten van de andere theaterstukken (van Jos Brink en van gezelschap Toetssteen) heeft hij wel gelezen, maar die hebben volgens hem ook niet zoveel met de echte Sonneveld te maken. ,,Dan zeggen ze: het is artistieke vrijheid. Zo kan ik wel een stuk over Juliana schrijven en haar de hele eerste acte op haar handen laten lopen. Dan komt Beatrix en zegt: dat deed ze niet. Moet ik dan zeggen: het is artistieke vrijheid?''

Wiegersma maakt er verder geen punt meer van. ,,Ik heb het liever over mijn eigen heden. Daarom ben ik ook echt blij met die voorstelling. Ik hoop dat 'Telkens weer Het Dorp' veel generaties zal bereiken. Voor de ouderen is het hopelijk een feest der herkenning, voor de jongeren een verrassende ontdekkingsreis.''

TERUG naar het theaterprogramma Telkens weer het dorp

Terug naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma

TERUG naar Wim Sonneveld en Friso Wiegersma